concentratie / segregatie

concentratie / segregatie

Concentratie van Turkse immigranten in Gent, 1981 uit: Vanneste D. (1985), Gent, een geografische gids, Leuven: Instituut voor Sociale en Economische Geografie

Wanneer het gaat over wonen en de migrantenbevolking in de (groot)steden, wordt de discussie dikwijls gevoerd in termen van ‘concentratie’ en ‘segregatie’. Het geconcentreerd samenwonen van migranten en mensen met een migratie-achtergrond in bepaalde wijken van de stad wordt erg geproblematiseerd, toch wanneer deze migranten tot de lagere socio-economische klassen behoren. Ook de perceptie dat deze groepen bepaalde buurten domineren doet de gemoederen hoog oplaaien. Vaak wordt in deze context het woord ‘getto’ gebruikt, waarbij de indruk wordt gewekt dat hele buurten en wijken uitsluitend door mensen van één bepaalde ‘etnische groep’ bewoond worden. Als reactie hiertegen werden en worden met de regelmaat van de klok maatregelen genomen, bijvoorbeeld door het gaan vastleggen van percentages van ‘vreemdelingen’ die niet mogen overschreden worden. In België werd een dergelijke ‘tolerantiedrempel’ voor het eerst geïmplementeerd door de burgemeester van Schaarbeek in 1981.

De cijfers voor West-Europa en België spreken de paniekreacties van de publieke opinie echter tegen, en zeker in Gent kan en kon al helemaal niet van ‘getto’s’ gesproken worden. De buitenlandse migratiebeweging die vanaf de jaren 1960 op gang kwam, was aanvankelijk sterk verspreid over de stad. Pas vanaf de jaren 1970 ontstond er een sterkere concentratie van migranten(gezinnen) in de 19e-eeuwse gordel ten noorden en noordoosten van het centrum. Wel waren er al vroeg kleine concentraties van migranten op straatniveau. Deze hadden zowel te maken met de huisvestingspolitiek van werkgevers als met de manier waarop migranten naar huisvesting zochten en het feit dat familieleden en kennissen graag in elkaars buurt gingen wonen.

Terwijl migranten tot het midden van de jaren 1970 slechts een klein deel uitmaakten van de Gentse bevolking, ging hun aandeel vanaf dan in bepaalde wijken sterk toenemen, zodat sommige van deze wijken in de loop van de jaren 1970 en 1980 als ‘migrantenwijken’ bekend kwamen te staan. Toch ging het hier vaak ook om perceptie, want zelfs in dé ‘migrantenwijk’ bij uitstek, Sluizeken-Tolhuis-Ham, waren in 1977 slechts 16% van de inwoners niet afkomstig uit de EEG. Tegen 1981 bestond nog maar 31% van de bevolking van de meest ‘vreemde’ statistische sector, Tolhuis, uit niet-Belgen, en in 1990 was dat nog steeds maar 37%. Ook hier kan moeilijk van een ‘getto’ gesproken worden. Recent onderzoek wijst bovendien uit dat de stijgende segregatieniveaus van de Turkse en Noord-Afrikaanse bevolkingsgroepen, die in de jaren 1980 en 1990 opgetekend werden, sinds het nieuwe millennium begonnen te dalen, en dat deze ‘oude’ migrantengroepen meer in de buurten van de ‘etnische Belgen’ zijn gaan wonen.

Jozefien De Bock

 

bronnen:

  • De Bock J. (2013), ‘We have made our whole lives here.’ Immigration, Settlement and Integration Processes of Mediterranean Immigrants in Ghent, 1960-1980, ongepubliceerde doctoraatsverhandeling, European University Institute
  •  
  • Verhaeghe P.-P., Van der Bracht K. en Van de Putte B. (2012), Migrant zkt toekomst. Gent op een keerpunt tussen oude en nieuwe migratie, Antwerpen: Garant
  •